Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moederschap meestal gemakkelijk, en zonder redelijken twijfel over te laten, kan worden vastgesteld, is liet met het vaderschap anders, en zou dit in den strengsten zin slechts voor bewezen mogen gelden, wanneer men, aan een onmogelijken eiscli voldaan hebbende, had aangetoond, dat een bepaald persoon de eenige was, met welke de moeder gedurende den conceptietijd geslachtsomgang had. En omdat nu zoo'n bewijs nooit te leveren is. heeft de wetgever, betreffende het kind, staande huwelijk geboren of verwekt, het vermoeden opgesteld, dat het den man tot vader heeft; een onderstelling van welke hij veilig kon uitgaan, omdat de gehuwde vrouw bijna steeds getrouw is, zij in één huis met den man samenwoont en iederen nacht het bed met hem deelt. Mag de wetgever evenwel met tzelfde recht aannemen, dat een buiten echt barende vrouw uitsluitend gemeenschap heeft gehad met dien éénen man, van wien bewezen wordt, dat bij in den conceptietijd omgang met haar had ? Men behoeft slechts aan het heileger van lichtekooien, maintenées enz. te denken en men bevroedt, hoe dwaas liet zou zijn om maar eiken man, van wien werd aangetoond dat hij, (al was 't ook maar één keer), met een ongehuwd meisje in het tijdperk van ontvangenis vleeschelijke gemeenschap had, tot vader van het kind te verklaren.

Dat wil de Duitsche wet ook niet, en deswegen

Sluiten