Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich in t openbaar over dit ontwerp uitlatende heeren en dames hebben echter hoogstens terloops eens een blik geworpen in de litteratuur over dit vraagstuk, en zoo laat zich verklaren dat 't gevoelvol-banale sprookje, 'twelk in de prostituees de onschuldige slachtoffers ziet van de duivelsche verleiding van mannen, die van haar armoede schaamteloos misbruik maken, nog altoos wijd en zijd verbreid is.

Onze tijd is zóó vervuld van de gedachte, dat de economische omstandigheden den menscli als een willoos werktuig besturen, dat niet eens gevoeld wordt welk een beleediging de vrouw uit de armere klassen toegevoegd wordt door dat onafscheidelijk aan elkaar koppelen van armoede, verleiding en prostitutie. liet ergst maken bet ten onzent in dat opzicht wel de reeds in mijn eerste opstel onder handen genomen doktores Aletta II. Jacobs ») benevens Mevrouw M. W. H. Rutgers-Hoitsema -). De eerste beschouwt de lichtekooien als argelooze, door verleiding ten val gebrachte meisjes. welke de nood dwingt zich prijs te geven en aan bordeelen te verkoopen. Vrijwillig, roept zij uit. laat zich geen toerekenbare vrouw bij deze verstootelingen inlijven! Als voorbeeld van zoo'n „onvrij-

1) „Vrouwenbelangen" n". II, Wettelijke Regeling der prostitutie. Over het geslachtsleven, Minerva van 20 April 1902.

2) „Bespreking van liet prostitutievraagstuk enz." p. 13—23.

Sluiten