Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK III.

„Binnen!"

„Morgen, Wiechen," groette Arnolds met slepende stem, het kantoor binnentredend. „Ik heb een zaakje voor je. Heb je geld ?"

„Jawel, voor een goede zaak altijd."

„Twintig mille voor zes weken. Er zit goed wat op."

„Waarvoor is het? Voor de paardjes?"

„Hm, een fameuse coup. 'n Tuyau van beste soort."

„Zoo. Wie moet het hebben, en wie teekenen mee?"

„David Beenhuis. Op zijn handteekening alleen moet je 't geven. Maar die is goed; daar sta ik voor in."

„Ja" zeide Wiechen, die een stuk papier en potlood genomen had. „Ga voort. Waar woont hij ?"

„Parijs. Vroeger in Amsterdam. Je kunt overal naar zijn vader informeeren, waar hij van moet erven. Meermalen millionnair, en stokoud."

„Pas dood was beter. Maar enfin, ik zal informeeren. Wanneer moet het er zijn ?"

„Een dag of vier."

„Nu, vanavond weet ik het. Kom je in Central ?

„Ja, dat is goed. En.... ik moet twee mille hebben voor mijn moeite, denk erom."

„Dan moet hij voor vijf en twintig accepteeren."

Sluiten