Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen Beenhuis was heengegaan, haalde Arnolds het hem door Wiechen toegestopte bankpapier voor den dag.

„Tweehonderd pop ? Ben je bedonderd ?"

„Welnu?" vroeg Wiechen, doodkalm.

„Twee mille moet ik hebben, of...

„Bedaard, alsjeblieft. Je kunt nog wel wat krijgen, maar nu niet. Als je met teveel geld naar Woestduin of Forest gaat, is het toch in één keer op."

„Al was dat zoo, wat gaat het jou aan ?"

„Omdat je mij telkens om niets vervelen komt. Sputter nu maar niet; daar geef ik toch geen zier om. Hoeveel heb je van Beenhuis gekregen ?"

Geen bliksem."

„Dat lieg je. En nu, bonjour! 'tls mijn tijd."

„Verrek!" mompelde Arnolds, zijn vuist ballende achter den rug van den vertrekkende.

Toen grabbelde hij met de hand in zijn andere zak, en bekeek hetgeen Beenhuis hem gegeven had. Vijf en zeventig gulden! Hij vloekte.

Sluiten