Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik hoorde er zooiets van, juist een paar dagen geleden. Met geld uitzetten tegen hooge rente. Maar dat schijnt hier niet zoo erg te zijn."

„Hm, ja. Neen, dat is het ook niet. Maar ik wil niemand benadeelen, al heeft hij het ook niet aan mij verdiend. Als u wat langer hier in den Haag is, zult u het vanzelf wel hooren, zonder dat juist ik het u zeg."

„Ik dacht dat u een vriend van hem was?,'

„Dat minder. Hij helpt mij uit eigenbelang, omdat hij zeker is een half millioen aan mij te zullen verdienen."

„Met die machine, waarover u laatst sprak?"

„Juist, meneer."

En Boom begon te redeneeren over zijn uitvinding, met zooveel vuur en overtuiging, dat van Vleuten onwillekeurig meegesleept werd. Als hij dien man eens hielp! Hij scheen zeker van zijn zaak ...

„Heeft u veel noodig om er mee klaar te komen?" vroeg hij.

„Met tweeduizend gulden ben ik geheel geholpen," verklaarde Boom.

„Daar is wel aankomen aan," meende Van Vleuten. „Alleen, men zou zekerheid moeten hebben. Niet dat ik aan uw kunde twijfel, doch.... u is geen vakman, immers ?"

„Vakman!" smaalde Boom. „Wanneer heeft, ooit een vakman iets uitgevonden? Die menschen zitten teveel in hetgeen zij geleerd hebben en dagelijks doen vastgeroest, om op te letten. Weet u, hoe ik op het denkbeeld van mijn machine gekomen ben?"

„Door een toeval misschien, zooals gewoonlijk."

„Neen, door het zien van iets, wat we dagelijks zien. Vlak tegenover ons huis was een weg, schuin oploopend naar den spoorwegdijk. Een jongen reed er een handkar

Sluiten