Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zondags den geheelen dag. Precies zooals vroeger in Indië.

Op zekeren avond, zij zaten juist aan de thee, werd gebeld, en kwam de meid binnen met de boodschap, dat daar meneer Wiechen was. Van Vleuten stond op.

„Niet hier br...", begon Betsy, zonder t.e kunnen voleinden, daar de figuur van Wiechen, die de meid brutaal achterna geloopen was, in de deuropening verscheen.

„Goedenavond mevrouw," zeide hij binnenkomend.

Van Vleuten sneed hem met een vlugge beweging den weg af.

„U is verkeerd, meneer Wiechen," zeide hij; „dit is de huiskamer. Wilt u maar volgeu ?"

En hij boegseerde den ander de deur uit, naar zijn kabinetje.

„Neemt u plaats. Waarmee kan ik u dienen?"

„Ik heb gehoord, dat u in de levensverzekering is. Ik had een post," zeide Wiechen, zijn portefeuille te voorschijn halend. „Twaalf mille."

„In orde," zeide van Vleuten, de hem toegereikte aanvraag doorloopend. „Ik zal u kennis doen geven wanneer de keuring kan plaatshebben."

„Ja maar," zeide Wiechen, de leuning van een stoel vattende en die naar zich toetrekkend; „ik zou graag willen hebben, dat dokter Arnolds de keuring deed. Weet u, de man is wat zenuwachtig uitgevallen, en houdt niet van jonge dokters."

„'t Is mij hetzelfde," zeide van Vleuten.

„En dan," vervolgde Wiechen, „wilde ik u voorstellen de provisie te deelen."

„Mijn provisie?" vroeg van Vleuten.

„Ja, ziet u, ik breng de post aan, en ben natuurlijk vrij om die onderdak te brengen waar ik wil. Dus wil ik er wel iets op verdienen."

Sluiten