Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een geel vlammetje flikkerde even, doch ging dadelijk weer uit, terwijl rook in het klepje trok.

„Mis!" zeide zij, zich nu geheel op den grond latende glijden. „Toe Jan, doe eens even de sleutel daarachter dicht."

Hij voldeed aan haar wensch.

„Ha! Open weer nu! Ziezoo, kijk eens!"

En met kinderlijk plezier bleven zij een poos in dezelfde houding toekijken, tot hij, afgeleid door het zien van een weerbarstig krulletje in haar nek, daar zacht aan trok, en zij haastig opsprong.

„Dat hebben we in lang niet gezien, hè? Maar ga nu eens netjes zitten," zeide zij. „Ik heb je wat te vertellen."

Toen hij zat, en zij, om de kachel niet uit het oog te verliezen, op zijn schoot, begon zij, kleine rimpeltjes trekkend op haar voorhoofd.

„Ik heb me verschrikkelijk in iemand vergist."

„Jammer voor die „iemand". En wie is de ongelukkige ?"

„Maak nu eens geen gekheid, Jan! Anders word ik heusch boos. Marie van Groningen is bezig te verhuizen naar Duinoord."

„Nu, dat is zoo erg niet," vond hij. „'t Is wel wat uit de buurt, maar met de flets scheelt het haast niets, doordat de straten daar niet zoo druk zijn."

„Denk je, dat ik haar nog ooit ga opzoeken ?" vroeg zij verontwaardigd. „Luister. Ze gaat samenwonen met dien Wiechen."

„Hè!" riep van Vleuten uit. „En de vent heeft vrouw en kinderen."

„Die blijven waar ze zijn. Hij heeft zich door zijn dokter laten voorschrijven, dat hij op zandgrond wonen moest, of slapen althans. Begrijp je ? Dien dokter moet je in de gaten houden! En nu zal zij hem zoogenaamd een suite beneden

Sluiten