Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Waarom niet?"

„Daar was mijn opleiding te gebrekkig voor. Dat ging niet. Maar daardoor verloor ik ook mijn lust om mijn tijd uit te dienen. Toen verzon ik wat. Ik liet me op zekeren dag, het was tijdens de groote manoeuvres, plotseling op de hei neerploffen. En daar lag ik, zonder te kunnen opstaan. Men droeg mij weg, en ik ging naar het hospitaal. Men had met mij te doen, want ik stond goed aangeschreven, en had met het oog op mijn plan in den laatsten tijd hard dienst geklopt, en bij de manoeuvres mij menigmaal onderscheiden. Ook in het hospitaal werd ik beklaagd, en ikzelf klaagde het hardst, dat ik geen dienst kon doen, enzoovoort. Maar loopen kon ik niet."

„Inderdaad niet? Of...?"

„Dat begonnen zich eindelijk de dokters ook af te vragen. Ik dacht: zij moeten het weten, daar hebben ze voor gestudeerd, ik niet. Zij hebben er maanden over gedaan. Maar mijn respect voor gestudeerde lui was ik kwijt. Verbeeld u. Ik kon niet loopen. Dat zat 'm toch in de beenen, zou ik zeggen. Een gewoon mensch zou dan ook die beenen eens goed zijn gaan onderzoeken, en ze gerepareerd hebben, als het kon. Niets van dat alles. Men gaf mij heel weinig te eten; zóó zelfs, dat ik van den honger schreeuwde. En waarachtig, veel was ik niet gewoon geweest! Alleen in den tijd dat ik soldaat was, had ik voor het eerst van mijn leven genoeg te eten gekregen."

„Zij dachten zeker, dat u simuleerde."

„Ja, latijn praatten ze ook. En eens maakten ze me 's nachts wakker, „brand!" schreeuwend. Maar toen was het al te laat. Ik begon in allen ernst om hulp te roepen, maar kon me niet bewegen. Ja, als ze dat in de eerste dagen gedaan hadden! Doch na al dien tijd was ik zóó gewend niet te kunnen loopen, dat ik er niet aan dacht

Sluiten