Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het onwillekeurig te gaan doen. Inderdaad, pas toen men mij had gerust gesteld, en verzekerd dat er geen brand was, herinnerde ik mij, dat ik in geval van nood wel had kunnen opstaan."

„Dus toch! En hoe liep dat af?"

„Wel, na maanden in het hospitaal te hebben gelegen, werd ik afgekeurd. Men zei mij, dat ik naar huis kon gaan. Ik vroeg waar dat huis stond, en wie mij zou verzorgen en te eten geven. Het eind was, dat ik pensioen kreeg, en mijn vader me nu wel in huis wou nemen. Ik was nog geen vierentwintig jaar oud, en had nu een dertig gulden in de maand pensioen, levenslang. Daar kon men op beginnen."

„En u kon dus weer loopen?"

„Als een kievit! Maar u begrijt, dat ik in den eersten tijd wat voorzichtig was. Ik wist niet in hoever men mij mijn pensioen nog zou kunnen afnemen, als men bemerkte dat alles maar larie geweest was. Ik liet nu zooveel mogelijk rondstrooien, dat ik onder behandeling was van een gezond-bidder, en eindelijk vertrok ik naar den Haag, en zocht een baantje. Ik vond iets, bij een voorschotbankje : quitantie-looper. En, enfin, nu ben ik er bovenop."

„Alleen door het loopen met quitanties ?"

„Daar ben ik mee begonnen. Nu doen anderen het voor mij. Toch ben ik er niet rouwig om, dat ik het zelf heb gedaan. Met dat te doen leert men ineens het moeielijkste van het vak: geld innen. Als men da&r slag van heeft, werkt men aangenaam, en spaart een hoop uit aan gerechtskosten. Toch, aan procedeeren heb ik het land. Het schijnt voldoende om aan de rechters te vertellen, dat ik in een zaak betrokken ben, om ze te doen verliezen."

„Dat is niet mogelijk !" riep Marie uit. „Daarvoor staat een rechter te hoog. Mijn vader en mijn man waren het beiden ..."

Sluiten