Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VIII.

In Café Central zaten drie personen aan een tafeltje. Een hunner was Boom, wiens groote gestalte, zelfs zittend, aanmerkelijk boven die der anderen uitstak.

De kleinste dezer was notaris Vreeland Maarssen. Het achterste gedeelte van zijn schedel was kaal gelijk een damesknie. Toch toonde hetgeen van zijn sterk gedund haar was overgebleven, geen hoogen leeftijd aan, daar het donkerblond daarvan met nog geen enkelen zilverdraad was doorweven. De snor, van gelijke kleur, was het eenige dat zich op zijn eenigszins smal gelaat niet bewoog. Gestadig trokken de spieren van voorhoofd en wangen, knipten de oogleden, beefden lippen en kin, spalkten zich de neusgaten. Een lorgnet droeg hij blijkbaar nog niet lang, daar het op zijn neus nog geen vaste plaats had gevonden, en telkens terecht moest gezet worden. Zijn eerste glas sherry bracht hij met sterk trillende hand aan den mond, en dronk het in één teug leeg, waarna hij dadelijk een tweede bestelde, tevens de anderen aanmanende „eens om te slaan." Na het derde glas werd zijn hand vaster en zijn gelaat rustiger, knipten nog alleen de oogen.

De ander droeg den stempel van een vroegen ouderdom. Zijn oorspronkelijk zwart haar en knevel waren eer verkleurd dan vergrijsd, zijn gelaat was flets zonder rimpels.

Sluiten