Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK IX.

Toen Ella de vestibule dóór was, hoorde zij praten in het kantoor. Dat was een tegenvaller; want zij had haar vader, wien zij alles toevertrouwde, dadelijk de grap met dien notaris willen vertellen. Maar hij had blijkbaar zaken, en weer een van die vervelende lui bij zich, die lang bleven en hard praatten, zooals in den laatsten tijd dikwijls gebeurde. En dan was hij altijd nog een poos uit zijn humeur, of kreeg een neusbloeding. Nu schoot haar niets over, daar zij haar mededeeling niet zóó lang vóór zich kon houden, dan naar boven te gaan, en die het eerst te doen aan „mevrouw".

Marie van Groningen had wel met de wereld moeten breken! Het was onmogelijk gebleken eenigen schijn, hoe gering ook, te redden. Waren haar inkomsten ontoereikend geweest om in haar stand te kunnen leven, en was er dan een ander in haar benedenkamers getrokken, men zou er niets van hebben gezegd. Maar dewijl zij royaal kon leven, wees alles op een vrijwillige daad, die niet verschoond kon worden door zucht om iets omhanden te hebben, daar haar dochtertje haar, als zij dat wilde, genoeg werk had kunnen verschaffen. En dan die Wiechen!

Men giste niet eens ernaar, hoe zij met hem in kennis gekomen kon zijn. Doch wat men als vaststaande aannam.

Sluiten