Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en Boom. De eerste, op wiens convocatie men hier was gekomen, moest Boom inlichten waartoe dit geschied was. Men wachtte een vreemdeling, een Belg, met wien Arnolds en Viehof hadden kennis gemaakt op buitenlandsche courses, en die hun een zaak had voorgesteld. Zijn naam was Hervau.

„Bekend," zeide Boom. „Ik heb, toen ik nog in mijn rijke dagen was, dien man in Nice zien tricheeren, dat het een lust was om te zien. Ik meen later gehoord te hebben, dat hij zoowat op alle renbanen gedisqualificeerd is. Een geverfd paard laten loopen, of zoo iets."

„Dezelfde," zeide Arnolds. „In elk geval iemand die wat aandurft. Hij heeft Yiehof en mij in Ostende gesproken over een zaak, waar geld aan te verdienen is. Ik zal je ze uitleggen."

En Arnolds gaf' Boom een toelichting als volgt. De zaak betrof, voorzoover zich Hervau had uitgelaten, den verkoop van een partij effecten hier te lande, die in Frankrijk en België onverkoopbaar waren. Daar bestond een wettelijke bepaling, elders onbekend. Wanneer effecten aan toonder vermist of gestolen waren, werd daarvan in den Moniteur, het officieele blad, een lijst opgenomen, en deze zooveel mogelijk verspreid bij de verschillende banken. Daarmee waren dergelijke stukken frappés d'opposition, wat tengevolge had, dat de coupon niet werd uitbetaald, en de stukken onverhandelbaar werden, totdat de oppositie verjaard was. Gold dit in de genoemde landen, in het buitenland, waar geen dergelijke wettelijke voorschriften bestonden, konden de stukken van hand tot hand blijven gaan, en, zoodra de verjaring plaats gehad had, waren ze ook in Frankrijk weder verhandelbaar. In Engeland bestond voor dergelijk papier een vaste markt, tegen beurswaarde verminderd met de rente tot aan het einde der verjaring.

Nu was de quaestie deze. In Holland was dit bij weinigen

Sluiten