Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Qui est ga?' vroeg Hervau.

„Wiechen," antwoordde Arnolds. „Maak desnoods kennis, maar praat niet over zaken. E est tellement esbrouffe! We zullen je voorstellen als eigenaar van een renstal."

„Is hij zoo'n groote vriend van jelui, dat hij zoo maaibij de vrouwen gaat zitten ?"

„Neen, maar de vent weet niet beter. Het is er zoo een, wien je geen enkele lompheid kwalijk neemt."

„Jaag hem op een beleefde manier weg," meende Hervau.

„Daar is hij te onbevattelijk voor. En ruzie maken doe ik liever niet. We hebben hem soms noodig. Het eenige zou zijn, dat we opbraken, en elk de richting naar zijn huis inslaat, om dan op een andere plaats weer bij elkaar te komen. Want gaan we tegelijk, dan sluit hij zich aan."

„Qu'il veste," meende Hervau, schouderophalend.

Zooals vermoed was, bleef Wiechen „plakken", en het meest pratende met Helene* wier koeterwaalsch hij het best verstond, luisterde hij nochtans aandachtig naar het spreken der overigen.

Opeens spitste hij de ooren. Een woord had hem getroffen. En met eenige inspanning meende hij te begrijpen, dat Hervau sprak over effecten, die hij ergens moest hebben achtergelaten of verloren, doch later teruggevonden en meegebracht. Jawel, want hij hoorde nu Fifi vragen : „Alors vous avez retrouve' vos eff'ets ?' en Hervau antwoorden: „Mais oui ils sont ici maintenant". Hij rook een zaak.

Wachtende tot de gelegenheid gunstig was, stootte hij Arnolds even aan.

„Zou hij niet wat van die effecten bij mij willen plaatsen ?" vroeg hij.

Niettegenstaande Arnolds over het algemeen zijn gelaatstrekken goed kon beheerschen, ontstelde hij zichtbaar.

„Gévéde',, hoe weet jij daarvan ?" riep hij uit.

Sluiten