Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

neigd om wat er in hen omgaat op hun gelaat te doen afspiegelen, hadden de hoofden bijelkaar gestoken, en zaten ... bedaard te babbelen. Hijzelf was in vol gezelschap alleen, voor de anderen ijle lucht.

Misschien voor het eerst van zijn leven, was Wiechen geheel overbluft. Hij wist niet wat te doen. Verschillende gedachten vlogen door zijn hoofd. Boom aanvallen ging hier midden in de restauratie niet, en in elk geval was het oogenblik daartoe voorbij. Dat had hij dadelijk moeten doen. Het gebeurde nu weer oprakelen, terwijl niemand er meer aan scheen te denken, was ook mal. Blijven zitten in een gezelschap, dat hem uitsloot, waarvan niemand met hem sprak, was al even ondoenlijk; reeds nu verbeeldde hij zich, dat hij en zijn door den wijn gekleurd overhemd ieders aandacht in de zaal trok. Opstaan en heengaan? Dat was althans maar voor een oogenblik pijnlijk. Het gaf een gevoel van weggejaagd worden. Maar het duurde slechts een oogenblik, tot de uitgang van de zaal was bereikt. En daarbuiten kon men ineens op wraak zinnen.

Dit gaf den doorslag. Wiechen ging heen, iets mompelend dat een groet of ook iets anders kon zijn, en waarvan niemand veel notitie nam.

Wiechen was van de leer, dat wraak koud moest worden genoten, en hiervan zoodanig doortrokken, dat hij in de ontelbare gevallen, waarin hij zich verplicht achtte zich te wreken, veelal zooveel tijd liet verloopen, tot hij zelf de aanleiding er toe vergat. Wel herinnerde hij zich dan met dezen of genen nog een appeltje te schillen te hebben, doch precies waarom wist hij niet meer. Hij rangschikte dan de betrokkenen maar onder de groote massa dergenen, die, omdat zij niet in de gelegenheid waren met zijn werk zijn voordeelen te behalen, hem benijdden om dat voordeel en in de ban deden om dat werk.

Sluiten