Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En nu vertelde hij in hoofdzaak, wat hij den vorigen avond niet had willen loslaten.

Wiechen begreep dat hij ditmaal te vlug was geweest. Daar leverde men zichzelf al in zijn handen. Het was jammer, dat hij niet wat geduld had gehad, daar hij den ouden heer best had kunnen sparen, en deze hem toch eigenlijk nooit kwaad gedaan had.

Immers Amolds, die met zijn deel der effecten van Hervau bij hem kwam, was niet fijn genoeg, om voor Wiechen het luchtje verborgen te houden, dat er aan de bewuste stukken hing, en hieraan had deze genoeg. Ineens zijn besluit nemende, verklaarde hij zich bereid de effecten onderdak te brengen. Hijzelf wilde er enkele nemen, en voor het grootste deel wist hij iemand. Als Arnolds hem voorloopig van elk soort één stuk wilde laten, om te kunnen vertoonen, hoopte hij het zaakje spoedig opgeknapt te hebben.

„Neem het heele zoodje maar in," stelde Arnolds voor.

Doch Wiechen bleef bij hetgeen hij gezegd had. Eén van elk soort, en de rest te zijner beschikking.

„Tot hoelang?" vroeg Arnolds.

„Tot overmorgen ochtend,"zeide Wiechen. „Kom dan even hier."

Toen Arnolds weg was, danste hij van pret de kamer rond.

„Ik heb ze! Ik heb ze!" riep hij luid.

„Mevrouw vraagt of u niet komt koffiedrinken, Pa," zeide Ella, die hij niet had hooren binnenkomen. „Heeft u zoo'n pret ?"

„Hm, ja ik heb het druk. Breng me maar een enkel

kop koffie en zeg aan mevrouw, dat ik vanavond thuis blijf."

„Mevrouw wou u juist ergens over spreken."

Sluiten