Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komen, en de Inspecteur van Politie, aan wien Wiechen alle aanwijzingen verstrekt had, was reeds kort daarna, tot erkenning zijner scherpzinnigheid, buitenlandsch gedecoreerd. Het moest dus wel in orde wezen. In elk geval, het publiek was tevreden en voldaan.

Niet alzoo Wiechen. De politie had bij haar invallen juist bij Boom niets gevonden. Daardoor, en misschien ook tengevolge van den hoogen toon, waarop hij tegen den hem veroorzaakten last had geprotesteerd, waren er geen termen gevonden om hem te arresteeren. En dat was jammer, vond Wiechen, daar toch zijn wraak in de eerste plaats Boom gold, en deze nu den dans ontsprongen was. Niet onmogelijk was het, dat Boom ten slotte de eenige was. die van de zaak voordeel getrokken had, dat de anderen, tengevolge hunner preventieve hechtenis ontging. Het was om helsch te worden, dat die Boom daarvan vrijgeloopen was.

Doch spoedig kwam er troost van een anderen kant. Geldelijk verlies, dat hij zich getroost had terwille van zijn wraak, zou hij er althans niet bij hebben.

Het medelijden, dat men, naast zijn verontwaardiging, in den Haag gevoeld had met den ouden dokter, toen men dezen het slachtoffer waande van zijn zoon en diens vrienden, had een practischen vorm aangenomen. Vermogende patienten sloegen de handen ineen, en toen men ongeveer wist hoeveel de schulden van den gefailleerde bedroegen, bracht men een som gelds bijelkaar, voldoende om een „hoogst fatsoenlijk" accoord aan te bieden. Een daarover geraadpleegd advocaat had medegedeeld, dat in de practijk te 's Gravenhage tien percent fatsoenlijk, en twintig reeds zeer fatsoenlijk was. Daarboven hoogstfatsoenlijk, terwijl boven dertig percent belachelijke royaliteit, en boven veertig pedante aanstellerij mocht heeten. Besloten werd

Sluiten