Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ben je dol ?"

„Nog niet, maar ik ben het bijna geworden. Jan, ik heb beloofd, dat je vanavond bij den advocaat zou zijn. Beloof je me er heen te zullen gaan ? Als je niet dadelijk handelt, zijn we alles kwijt. O, ik heb het altijd wel gevoeld."

Betsy had van haar zenuwen gevergd wat ze verdragen konden. Nu was het uit met haar geestkracht, en het duurde lang, eer Van Vleuten een eenigzins geregeld verslag van haar wedervaren kon krijgen. Toen betrok zijn gezicht.

En nu bekende hij zelf al sinds geruimen tijd ongerust te zijn geweest. Ook dat hij feitelijk niet had durven handelen, uit vrees dat er een debacle uit voortkomen zou. Toch was hij blij, dat Betsy het nu gedaan had. Immers nu wisten zij, dat Wiechen een geraffineerde schelm was, maar ook op welke manier zij de dupe van hem waren.

Het was erg genoeg, maar had nog erger kunnen zijn. Want, daar zijn solvabiliteit althans tot nog toe onbesproken was, zouden zij er af kunnen komen met opoffering van de rente, die zij toch eigenlijk bovenmatig hadden genoten, en een beetje leergeld toe.

Zoo troostten zij zich, en onmiddelijk na het eten begaf zich Van Vleuten op weg zijn advocaat.

Meer zakelijk dan hij tegenover Betsy had willen doen, zette deze voor Van Vleuten zijn zienswijze uiteen. Vooropstellende, dat men enkel gissen kon, meende hij echter als een bijzonder veeg teeken te moeten aanmerken, dat Wiechen in den laatsten tijd geen verweer meer deed voeren, wanneer men hem in rechte betrok. In geen zijner bij de Rechtbank aanhangige zaken verscheen voor hem een procureur. De tegenpartij had dus vrij spel. In het eerst had dit niet zoozeer de aandacht getrokken, daar men wist, dat de advocaat die vroeger voor zijn zaken opkwam, hem

Sluiten