Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoe beter. Geen oogenblik twijfelde hij of ze het doen zou. Als hij wenkte, gehoorzaamde men. Er waren maar weinigen, die met hem in aanraking geweest waren, die hij niet bevelen kon.

Neen, één ding was zeker, als hij uit den Haag ging, zou de heele stad opademen! Gedurende de vele jaren, dat hij er was geweest, had hij de menschen, en hadden de menschen hem leeren kennen.

„Dag Pa!"

„O, ben jij daar Wat ik zeggen wil, mevrouw is weg."

„Weg?" vroeg Ella, bleek wordend. „Waarom heeft u dat gedaan? Ze was zoo goed."

„Malle meid! Ik heb haar niet weggestuurd. Ze is uit haarzelf weggegaan."

„Dat kan niet Pa, ze hield .... ze was ...."

Ella begon te beven.

„Ga maar naar boven," zeide hij, „en kijk. Ze heeft haar heele rommeltje al weg laten halen. — Sta er niet zoo bij, of je geen tien kunt tellen, en tranen wil ik niet zien, hoor je!"

„Och pa, laat mij naar mevrouw toe gaan! Ze is zoo lief, en zal wel terugkomen, als ik het vraag."

Wiechen zweeg even.

„Hm," deed hij toen. „Hou je hoed maar op. Ik zal je een briefje meegeven."

Hij liep naar zijn schrijftafel, en schreef haastig een paar regels op een kaartje, dat hij daarop in een evelop stak. Een tijdlang bleef hij toen staan, bewegingen makend, of hij het Ella geven zou of niet, zoodat zij begon te lachen.

„Lach niet," riep hij woedend. „Ik denk erover

Neen, je moest eens te stom zijn om je boodschap goed te doen."

En hij likte de enveloppe dicht, en schreef er het adres op.

„Hier," zeide hij toen. „Steek dat in je zak. Als mevrouw

Sluiten