Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerst met eenige koelheid ontvangen, doch ook die week weldra, en al heel spoedig was Ella maar zelden thuis te vinden.

Het begon or ook ongezellig te worden. Haar vader had, behalve op het kantoor, dat nog zijn gewone uiterlijk behield, overal ingepakt, en veel de deur uitgezonden. Tot haai- had hij gezegd, dat hij onmiddelijk na haar huwelijk naar Parijs zou vertrekken, en dus op de meubels na, alles wilde hebben opgeruimd en opgezonden. Zoo ging dan het een vóór, het ander na, de deur uit, en kreeg het eigenlijke huis den indruk of het voor een verkooping klaargemaakt was.

Op den Zaterdagmiddag, vóór den Zondag, waarop Wiechen naar Parijs spoorde, had hij Ella met een groot envelop naar Marie van Groningen gezonden, dat zij onmiddelijk moest overhandigen, en er haar bij gezegd, dat hij even heen en weer naar Parijs ging, en zij de gastvrijheid van Marie maar moest inroepen. Daarop had hij haar een hartelijken afscheidskus gegeven. Dit laatste herinnerde zich Ella pas later, toen Marie haar had verteld, wat er nader in den brief van haar vader stond.

Het was geen „even heen en weer", maar een vertrek voor goed. En hij vroeg zijn vroegere vriendin, die toch zooveel van Ella hield, of zij haar bij zich wilde houden, en voor het verdere zorgen. Een acte van toestemming voor Ella's huwelijk, was in den brief vervat. Die had hij doen opmaken, omdat, afgezien van zijn vertrek naar Parijs, hij bij de huwelijksvoltrekking niet tegenover die trotsche menschen wou staan, die niet eens zijn kennis wilden maken. Hij zou nog niet zoo spoedig gegaan zijn, als niet Maandag een beslag in zijn huis verwacht werd, en hij daar Ella niet in kon laten zitten. Hij verzocht Marie van dit alles aan Ella enkel het hoognoodige te willen meedeelen.

Ella schreide haar oogen rood, en zoo vond haar Carel,

Sluiten