Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wanneer gaan we?"

„Wat heb je een haast! Natuurlijk zoo gauw mogelijk. Ik zal morgen de Maatschappij kennis geven. Voor de zaak Wiechen zal ik den advocaat een volmacht geven. Dat kan ook morgen. Tevens kan ik eens zien welke booten er gaan, en een paar lui opduikelen om ons meubilair over te nemen."

„Hemel, Jan! Je wilt toch niet zonder goed gaan?"

„Indisch goed hebben we nog boven liggen, geloof ik." Als we tot Genua of Marseille over land gaan, geven we onze koffers hier al mee, en wat ons ontbreekt koopen we bijvoorbeeld in Parijs."

„Dan moeten we daar weer langer blijven," zeide Betsy, „Maar dat is zoo erg niet. Doe dan maar wat je kunt. Ik bedenk ineens, dat als we zoo hals over kop moeten vertrekken, we meteen van alle mogelijke afscheidsvisites verschoond zijn."

„Die twee of drie, die wij te maken hebben, doen we in één achtermiddag af."

„Dat denk je maar, Jan. Ons plotseling vertrek zal de nieuwsgierigheid teveel gaande maken. En dan ben je goed. af hier! Men wil het naadje van de kous natuurlijk weten. En, daar iedereen in dit land wat te verbergen schijnt te hebben, gelooft men het tegendeel van ons toch niet, en vraagt, vraagt.... om, als ze niets uit je kunnen krijgen dat ze niet al lang weten of gezien hebben, je voor erg achterbaks te verklaren. Wat hebben we er aan ?"

„Je hebt eigenlijk gelijk," zeide hij. „Dus zal ik maar beginnen met wat ik te doen heb, terwijl jvj met inpakken aan den slag gaat. Ik zal je dadelijk iemand van de Dienstverrichting laten sturen, om de koffers van boven te halen."

„Neen, dat hoeft niet. Die leege koffers kan ik wel met de meid naar beneden krijgen, als jij vanavond met die groote maar helpt. Stuur je zoo'n man hier, dan zien dat

Sluiten