Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de woning van zijn vader. Gesloten! Iemand van ernaast wist te vertellen, dat de familie opreis, of naar buiten was, en de dokter plotseling weggeroepen bij een erge patiënt in het Zuiden van Frankrijk. Dat kende hij. Die erge patiënt was de speelzaal in Ostende of elders. Daar moest weer worden opgemaakt, wat een heel jaar was verdiend, en nog meer erbij.

„Wat doe jij anders?" vroeg Boom met rechtmatige verontwaardiging. „Je had zoo'n mooi sommetje om te beginnen, en als je verstandig was geweest, kon je het nu net zoo goed hebben als ik. Waar slaap je vannacht?"

„Kan jij me niet bergen ?"

„Onmogelijk. Ik zou de grootste herrie krijgen."

„Leen me dan een kopstuk."

„Hier. Maar ik maak een voorwaarde. Je klampt morgen een ander aan. Want ik heb niet zóóveel, dat ikjeiederen dag zou kunnen te eten geven en laten logeeren, tot je familie thuiskomt. Zoo eens in de week kan ik je wel eer. rinkie geven, en dan moet ik het zelf nog uitzuinigen. Als andere kennissen hetzelfde doen ... ."

„Goed. Dan kom ik vandaag over acht dagen bij je."

„In godsnaam niet!" riep Boom verschrikt uit. „Je weet zoo ongeveer hoe laat ik 's middags door de Spuistraat kom. Wacht me dan op, en .... zoo stilletjes stop ik het in je hand. Geen bonjour amice, of zoo, hoor!"

„Ik begrijp je," zeide Arnolds. „Laat me hier nu maar zitten, en ga heen."

Boom stond op. Hij riep den kastelein, en betaalde wat Arnolds hem liet doen, onderwijl den rijksdaalder in de hand houdend, zóó dat de kastelein dien zien kon.

„En wat krijg je van mij ?" vroeg Arnolds, toen Boom weg was.

„Niets meneer, die meneer heeft alles betaald."

Sluiten