Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met geweld onderdrukte hij het niezen, wat den aandrang slechts erger maakte. Wanhopig greep hij met de rechterhand zijn neus en kneep dien dicht, om althans het geluid te smoren, want dat was al te gek! Een niezende.... hm, hm.... Geen zakdoek in zijn linkerbroekzak, maar iets, iets....

De niesbui was overwonnen dooi- pure verbazing.

Was dat uit zijn zak gekomen? Het moest wel, want de zakdoek was en bleef weg.

Een pakje bankbilletten, met het witte strookje en blauw kringstempeltje van den cercle! Aan de kleur te zien.... ja waarachtig! Voorzichtig had hij de hoeken omgebogen. Een pakje, dus tien briefjes van duizend francs!

Zonder meer beweging te maken, dan hoogst noodig was, scheurde hij het strookje door en verfrommelde dat, nam één biljet en stak dat in zijn vestzak, en bergde eindelijk de negen andern in zijn borstzak, ze schuivende in de gaping van zijn portefeuille. Ziezoo!

Hij wilde nog denken, maar kon niet. De spanning was uit zijn zenuwen, en dan volgde altijd, wat hij nu al voelde aankomen .... De huif boven hem begon te draaien. Stond men stil? Ja, gelukkig. Als dat even zoo bleef, zou hij er misschien overheenkomen.

Maat daar ging het de hoogte in en weer naar de laagte. Een schokje.

En toen de behulpzame politiemannen de huif hadden opengeslagen, richtte hij zich op met een ruk, en....

Men was op een politiebureau aan velerlei surprises gewoon, maar dit was al te koddig!

Viehof stond nu op zijn beenen, voorovergebogen, terwijl zijn maag zich ontlastte van haar inhoud, bij elke rustpauze wilde blikken in het rond werpend.

„Un ivrogne, tont simplement!"

Sluiten