Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had hij er nooit naar gevraagd. Maar met courses zou het wel in verband staan.

Dus trok hij den velgenden dag naar Auteuil, in een dier goedkoope chars-d-bancs, die er heen rijden. Want, als hij alleen was, betrachtte hij groote zuinigheid, zelfs met kapitaal in zijn bezit. Ja, uit voorzichtigheid had hij zelfs zijn geld in het hötel achtergelaten, en maar een honderd francs of wat bij zich gestoken. Het kon zijn, dat hij Arnolds ontmoette, en dan had diens speelduivel hem ook te pakken.

Bij het terrein aangekomen, aarzelde hij. Pesaye was zoo duur! Maar, aan den anderen kant, als hij Fifi zocht, moest hij ook daar kunnen komen. In godsnaam dan! En hij offerde zijn vijftig francs entree.

Als van den donder getroffen bleef hij staan.

Daar zag hij een groepje van drieën : Fifi, Leda en . . . niemand minder dan Wiechen ! Was die het dan ? Hij kon het niet gelooven.

Fifi ijlde op hem toe.

„Ah, chéri! Waar kom je vandaan? Waar is Arnolds?"

„Ik weet het niet," erkende hij, koel. „Wat doe jij hier?"

„Spelen, om weer bij je te komen," zeide zij eenvoudig. „Heb je iets ?"

„Jawel, maar niet veel," zeide hij.

Zij rukte hem het program uit de hand.

„Zet wat je kunt hier."

Zij had een vluggen blik in het rond geslagen, en kraste toen met haar nagel in het papier.

„Een tuyau ?"

„Ja, maar stipt geheim. Ik mocht het niet verklappen. Alleen aan jou doe ik het. Laat me nu. Allotis, chéri, soi-x *age. Ga naar Holland terug. Ik kom gauw na.

„Met Wiechen?" grijnsde hij.

Sluiten