Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij ijlde toe om haar verder te helpen, in de luwte van <len rooksalon, waar Becker was blijven zitten.

Een korte voorstelling volgde.

„Ik ben naar boven gekomen, om je wat te vertellen, Jan," zeide Betsy. „Weet je, wie hier aan boord is?"

„Nog niet."

„Dat dochtertje van dien Wiechen. Waar ik je toen vertelde. Zou die nare vent er ook zijn ?"

„Wat zeg je?" riep van Vleuten uit. onaangenaam verrast.

Becker stond op. Hij wilde iets formeels zeggen, doch dit beletten hem de wind en de beweging van het schip.

„Het meisje was een lief kind," zeide Betsy. „Maar o, ik zou het zoo vervelend vinden, als die man

„Stel u gerust, mevrouw," zeide Becker. „Niemand zou het waarschijnlijk zoo vervelend vinden als ik. Het lieve kind.... is mijn vrouw."

Betsy had een gloeiende kleur gekregen.

„Pardon, ik wist niet...." stotterde zij.

„Wij hebben heel onplezierige ervaringen met meneer uw schoonvader opgedaan." zeide van Vleuten, haar tehulp komend. „En

„Dat hebben er meer," lachtte Becker. En toen weer ernstig wordend : „Als u eenigzins prijs erop stelt met mij in goede verstandhouding te blijven, zou ik u in overweging willen geven geen melding van dien man meer te maken. Meer zeg ik zelf er ook niet van. Maar mijn vrouwtje pijn te zien doen door anderen, zou ik ...."

„Allright!" riep van Vleuten. „En, Betsy, je praat er ook niet over met anderen, hè?"

„Ik denk er niet aan," zeide Betsy verruimd.

„En ik ga eens naar beneden, zien hoe de zaken daar staan," zeide Becker. een aanloopje nemend om tegen de helling van het dek op te komen.

Sluiten