Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dag, meneer van Vleuten," zeide zij, haar hand uitstekend. „Hoe vriendelijk van u! Maakt mevrouw het goed? Carel zal zóó klaar zijn."

„Alles goed en wel," zeide hij. „Maar Betsy staat erop, dat ik jelui meebreng. Dus zal ik maar beginnen met de kleine mee te nemen, en dadelijk ons rijtuig sturen?"

„Als ze wil "

„Ga je mee, met de paardjes, naar tante? Met oom Wie ben ik?" vroeg van Vleuten, de kleine op zijn arm latende dansen.

„Oom portret," herhaalde het kind.

„Foei, Marietje," deed Ella. „Weet je oom zijn naam niet meer?"

„Oom portret," kraaide Marietje. „Marietje gaat mee naai' tante."

En of mamaatje al deed of zij heel bedroefd was, dat Marietje van haar weg wou, het hielp niet, de kleine volhardde bij haar voornemen, en ging mee met „oom portret."

..Maatje ook komen!" riep ze over zijn schouder heen bij het weggaan, wat maatje al knikkend beloofde.

Niet alleen de „oom", maar gelukkig voor dezen, die nog baden moest, ook de tante en het neefje, vielen in Marietjes smaak, zoodat. toen in den vooravond Ella en haar man de kleine zwerveling gevolgd waren, deze zich in de nieuwe omgeving best thuis gevoelde.

Zoowel Betsy als van Vleuten hadden met verbazing hun vroegeren reisgenoot zien uitstappen, en de voorgalerij inkomen. Was dat dezelfde jonge man, die nog geen vijf jaar geleden met hen was uitgekomen? Een dikzak, van wien men zich afvroeg hoe hij den moed had zich op een gewonen stoel neer te zetten! Het was haast vreemd hem op gewonen toon te hooren spreken, en werkelijk verstandige dingen te hooren zeggen.

Sluiten