Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I.

Na den eten — het was tamelijk laat geworden dien avond — gingen vader Hans en Charlotte toch nog een rij toertje maken. Nelly had er geen lust in: ze was te lui, verklaarde ze. Ze had, als altijd, overvloedig gedineerd, met 'n stevig glas wijn, ze voelde er niets voor, de hooge buggy te beklauteren, waarin je niet eens lekker makkelijk leunen kon en ze wilde ook niet voor zich alleen den landauer laten inspannen. En dan, ze kende „Goenong-Djatti" en z'n omstreken al zoo lang; voor Charlotte was alles nog nieuw, en die had nu ook, vond Nelly, zoo een echt poëtische natuur, daarbij at ze weinig, dronk heel geen wijn, — wat je toch altijd verhitte min of meer — en heelemaal, ze was een jong, vlug ding en daarmee was alles gezegd. Nee, Nelly moest er maar niets van hebben. Ze zou, zoodra vader Hans en Charlotte weg waren, zich door de oude Dalima laten helpen haar japon uit- en een makkelijke peignoir aantrekken en, dreigde ze schertsend, als ze héél laat weerkwamen, vonden ze haar misschien al naar bed. Maar ze kon óók, bedacht ze dan, met Amelie vast 't plan gaan maken voor de

Goenong-Djatti. i

Sluiten