Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rustig, altijd verstandig, tegelijk goedig, tegen Nelly's vele dwazigheden in — en ze kón wat verzinnen, net een kind, al liep ze naar de veertig, — daarbij na n verblijf van vijftien jaren in de tropen, niet al te zeer geborneerd, met een ruimen, frisschen kijk op vele dingen, stevig en actief in het beleid van z n uitgestrekt complex tabaks-plantages, waarvan hij was de gevreesde en benijde hoofdadministrateur, waarin hij schatten verdiende jaarlijks, maar waaruit hij, voor de Hollandsche aandeelhouders, tiendubbel grootere schatten putte.

Charlotte, zooals ze daar zat, keek hem juist op den rug. Stevig stond hem de tamelijk-kleine, egaal gemillimeterde kop tusschen stoere, vierkante schouders, op den korten, breeden nek. En ze bedacht, hoe ze zeiën van hem, dat hij was hard, te streng, een hónd soms voor z'n Europeesche employees. Hij had er zoovelen, ook ouderen dan hij, die hij was voorbijgeloopen en die hem wrokkend benijdden. Wat moest je ervan gelooven ? Zooals zij hem zag in t dagelijksche leven was hij goedig en flink, altijd kalm, nooit driftig of ruw, wèl hoog-bevelend tegenover de huisbedienden. Maar bevelen was zijn aard en bevelen was zijn gewoonte, onder hem werkten duizenden van gedweëe Javanen en botte, alleen door straffen wils-dwang te regeeren Chineezen, behalve de eenige tientallen Europeesche employees. Uitteraard was hij zich — niemand, dan z'n directie in Holland rekenschap verschuldigd — heer en koning gaan voelen over al die rijke landerijen, uren en uren ver rond „Goenong-Djatti heen.

„Ik denk," kwam Nelly, langzaam en gewichtig, na een lang gepeins, „ik denk, dat k nu eens alles in wit neem. Wat dunkt jou, vader Hans?"

Sluiten