Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Zou je kunnen doen."

„De servetten in figuren, dat doen ze tegenwoordig weer niet, in Holland," praatte ze verder, bedachtzaam „dat hoor 'k juist van mevrouw De Mundt, die pas terug is van verlof.... je weet wel."

Loom lag ze achterover in haar kleinen leunstoel, de oogen knippend in 't wat verhitte gezicht met de bolglimmende koonen, de handen ineengevouwen op haar in den strakken japonrok zacht op en neer deinenden buik. En ze was als meisje toch zoo knap en slank geweest, had Charlotte haren man dikwijls hooren beweren, die haar, al was hij 'n jaar of acht jonger, nog wel had gekend in Holland. Nelly was nu achten-dertig, na een lang engagement op haar dertigste jaar pas met den handschoen getrouwd en naar Indië gekomen — Hans de Klerk toen juist tot administrateur bevorderd — en ze was er binnen een paar jaar dik en traag geworden. Maar haar kinderlijk-vroolijken, wat erg naïeven aard had ze er behouden en hun huwelijk was gelukkig. Ze hadden één kind, Wiesje, een dikkert van zeven jaar, die, als 't stortregende, nog naakt rondsprong door den tuin.

Uit 't duister zag nu Charlotte twee warm-geel-roode bollen te voorschijn gloeien, dat waren de lantaarns van de buggy, die op smalle en hooge gummi-wieltjes langzaam en geruischloos naderde.

Vader Hans keerde zich om.

„Gaan we, Charlie?"

Vlug sprong ze op, kwam naar 't breede, lage bordes, waar nu de buggy al stilstond. Ze wuifde nog even een kort handgebaar naar Nelly, met een „tot straks", wipte de breede houten bordestreden af en

Sluiten