Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de hemel weet, wie ze al niet van plan is te vragen.

„Ja, zeg 's, Charlie, wie komen er? Jij zal 't allicht weten. Maar ik wou ook vooraf wel 's wat hooren."

„Wèl, Kolff och, vader Hans, dat had ik je nu

al lang willen vragen: zeg Nel toch eris, dat ze die flirtation van hem en Amelie, niet zoo aanmoedigt. Hij houdt haar gewoon voor den mal en daar is ze toch

te goed voor...."

„Och," lachte hij. ,,'t Zal haar geen kwaad doen ook. Ze flirt immers met iedereen."

„Jawèl, jawèl," lachte ze nu ook, „dat weet 'k wel.

Ze flirt zelfs met jou."

„Zélfs is goed," deed hij verontwaardigd.

„Nou ja, maar ze is, geloof ik, toch wel een goed kind, au fond. En ze zou 't zich, wie weet, wat prg aantrekken. Nee, Nel moest 't heusch niet doen."

„Maar Nel doet 't niet voor een grapje, die meent het, waarachtig, Charlie, die meent het. Ze verwacht werkelijk, dat Kolff Amelie vragen zal."

„Och nèe maar ziet Nel dan niet?"

„Nel ziet niets. Je weet niet half hoe n kind ze is. Och, we hebben met die dierbare Amelie al zooveel beleefd.... Verleden jaar wou ze in de kali springen om Dijkerhoff."

„Nou zie je "

„Jawel maar ze zou het niet gedaan hebben. Laat; r maar loopen. 't Is een echte nonna, wat dat betreft. Dat lijkt een-en-al hartstocht en au fond zijn ze koud, koud als ijs.

„Jij schijnt 't te weten," plaagde ze.

„Toch niet uit eigen ervaring, Charlie ik "

„Wat jammer, dat we Saleh niet meegenomen hebben," riep Charlotte ineen en.

Sluiten