Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zaten, aan den rivierkant, dat was de pianohoek, de overliggende hoek heette biljarthoek en t middendeel diende voor 't ontvangen van gasten, niet intiem genoeg of te deftig voor de pendoppo. Daar, in die pendoppo, beneden 't bordes, brandde nog aan 'n langen koperen schakelketting een zeskante Chineesche lantaarn met zacht gekleurde glazen wanden en kralenfranje. Wazig beschampt van rood en oranje en groen waren de gladde

gele vloersteentjes.

Nelly en Amelie hadden druk werk gehad. Vóór hen op 't tafeltje lag 'n blad papier, waarop een langwerpig vierkant was geteekend; de tafel. In de rondom geschreven namen was al heel wat gekrabbeld en geknoeid en zeker waren ze nog niet tot een bevredigende oplossing gekomen, want ongeduldig riep Nel tegen Charlotte, die even wegging om naar haar kindje te zien, dat ze vooral gauw terug moest komen en nog even helpen

met haar raad.

Ze was nu gekleed in een luchtig wit-mousselienen peignoir, met opgewerkte rose moesjes en schuimige valencienne-kantjes versierd, die haar hals blootliet en waarin ze zich blijkbaar heel wat behaaglijker voelde dan in 't blauwe zijdje van straks. Amelie droeg een wit japonnetje met weidsche lichtroode strikken. Ze droeg zooveel mogelijk lichtrood, zich verbeeldend, dat die kleur haar jonger en blanker deed schijnen.

Ze was een Indisch nichtje van Nelly en door haar — niet heelemaal naar den zin van vader Hans in huis genomen voor 't onderricht en de verzorging van Wiesje. Ze was in Holland op een kweekschool geweest en had er haar onderwijs-akte gehaald. En ze had, 'n aardig, jong nonnaatje toen — wèl met de

Sluiten