Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Charlotte glimlachte. Natuurlijk, 't menu dat was Nelly's grootste zorg.

„En wat krijgen we?" informeerde ze, zonder veel belangstelling.

„Kreeft duivenpastei ach, je zal wel zien.

Hoe vin-je de schikking aan tafel?"

„Juist," dacht Charlotte, „we zijn er. Daar had ze nou eigenlijk mee willen beginnen, als ze maar eedurfd had."

„Och, wel goed, hè . . . ."

„Ik naast Kolff," drong het nonnaatje aan.

„Och," kwam de andere weer kalmpjes, „of dat goed is, zal heelemaal van jou afhangen. Je moest je, in elk geval, maar wat rustig houden . . . ."

Amelie had niet gehoord. Haar zwarte oogen peinsden recht voor zich heen. Dan ineenen boog ze zich over 't tafeltje naar Charlotte toe.

„Zeg, Charlie .... kan'k je vertrouwen, zul je zwijgen?"

Nu krijgen we de confidenties, dacht Charlotte. Ze kende dat. Den avond van den dag dat ze, nu 'n week of drie geleden, op Goenong-Djatti was aangekomen, was Amelie ook zoo, vóór 't slapen gaan, haar kamer komen binnenwippen, en had haar van allerlei oude en nieuwe liefde-avontuuren zitten vertellen, na heel nadrukkelijk belofte vragen van tegen niemand en nóóit iets laten blijken. Het had haar toen wel bevreemd, dat spontane, wat èrg spoedige vertrouwen, maar ze had ook gedacht, dat Amelie was als 'n kind — schoon drie jaar ouder dan zij-zelve — en dat ze zich dus beter en liever uitsprak tegen iemand van haar eigene jaren, dan tegen de zooveel oudere Nelly. Later echter had ze gemerkt, dat Nelly ook in alle geheimen was

Sluiten