Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verschillende stemmen, het donkere, diepe geluid van den Javaan en Amelie's hooge stem dan daar even weer tusschen in. Want hij sprak meest, — door vragen bracht zij hem tot vertellen — van geheimzinnige ontmoetingen, die hij soms had, bij zijn nachtelijke rondgangen door den tuin, aan den rivieroever vooral. Nog 'n paar nachten geleden, vertelde hij, had hij vlak bij z'n voeten een slang hooren sissen. Snel was hij teruggesprongen en de slang had zich weggehaast in 't hooge riet. Maar géén gewone slang was dat geweest. Z'n oogen hadden geblonken als lampen . . . matjam-lampoe, nonna, betoel. Het moest een hantoe zijn geweest.... Ja, oppas-malam zijn was niet alles. Hij zou nu maar weer 's rondgaan, ja. Z'n nachtgroet, slamat-tidor, nonna, klonk al verwijderd. Maar Amelie riep geen „slaapwel" meer Charlotte's kamer binnen, schoon ze er nog bewegen hoorde. Stilletjes ging ze naar bed.

Sluiten