Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nu stilletjes zitten ging op 't bovenste bordestrapje, de bloote armen om de opgetrokken knieën heengeslagen. Het wegrijden van de buggy begeleidde ze met aanmoedigende „hup-hup's" en tonggeklik en De Klerk wuifde, voor 't wagentje wegzwenkte, nog even met de zweep achterom.

„Daag .... daag . . . ." gilde Wies.

De oude baboe was even weggegaan, naderde nu met 'n badhanddoek 't kind, dat nog zat op 't bordes, de armen om de knieën en zoetjes-neuriënd den tuin instaarde.

Maar lenig sprong Wiesje op en een heel eind weg.

De baboe smeekte van verre.

Nonnie moest nu niet zoo nakal zijn .... Ze heeft zich heelemaal niet goed afgedroogd .... wil nonnie dan ziek worden . ... ? Kijk, haar tjelana kleeft haar om de beentjes .... laat nonnie nu zoet zijn .... en met baboe meegaan en zich laten helpen en 'n droge tjelana aantrekken ....

Weer naderde de baboe, 'n trek van eerbiedige smeeking op 't rimpel-gezicht, den arm met den handdoek vooruitgestoken, maar 't lachende kind zat al met een sprong op 't biljart, dat de ivoren ballen zachtjes tegeneen klikten.

De twee huisjongens hadden even een grijns.

„Wil nonnie baboe dan verdriet doen, sakit-hati maken?" soebatte 't oude menschje, „ja, als baboe ziek wordt, moet nonnie mandiën met Paima .... wil nonnie dat dan?"

Maar het maakte heelemaal geen indruk.

„Tida hoor!" verzekerde het kind, op 'n erg beslist toontje en met 'n energiek-afwerend handgebaar ,,'k

Sluiten