Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dwazen wedren elkaar voorbij, luid bonkten en ratelden de plompe, veerlooze voertuigen, fietsbellen klingelden scherp en lang om de kinderen, die zorgeloos rondwentelden in 't weggestof, 'n karetta-sewah-bestuurder trachtte te overschreeuwen den feilen ruzie-toon van 'n Maleische vrouw, wier kip hij overreden had en die vergoeding eischte. Telkens moest hij achteruitwijken voor 't doode dier — 'n stoffigen klungel — dat haar knokenhand hem dreigde in 't gezicht te kletsen, en terwijl stak de passagier binnenin rustig een strootje aan, bedaard en neutraal wachtend tot de twist zou zijn geëindigd en hij verder kon worden vervoerd. Rust en reinheid boden, na die vuile en rumoervolle kampong, de buitenwijken der eigenlijke stad. Daar lagen, stil en dommelend al, de Europeesche huizen op hun ruime erven, de krees van de voorgalerij neer voor de groeiende daghitte. Wiesje van onder haar Chineesjes-parasolletje uit, groette luid en joviaal 'n enkelen passeerenden heer, en Amelie wou dan dadelijk weten, wie dat was geweest. Maar 't kind was den naam alweer vergeten; naarmate ze de winkelwijk naderde, werd ze luidruchtiger en ze wou met alle geweld 't erf bij Schaarbeek oprijden, waar ze heel achter in den tuin de drie witgehansopte meisjes zag spelen, die ze wel ontmoet had op een kinderfeest in de soos. Maar haar moeder wou er niets van hooren, ze waren al laat genoeg en als 't een beetje tegenliep met t winkelen, zou Wiesje er 't glas limonade met een taartje bij Gerbers zelfs bij inschieten.

n Scherpe ombocht, uit de rustige kanarielaan met de dommelende huizen aan weerszij vandaan, en de breede winkelstraat in, die zonnig en druk in volle

Sluiten