Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der tegen donker ontwakende vogels overstemde kodokgekwaak en 't snerpend gesjirp van krekels in 't nattige gras van den rivieroever.... en ver op den landweg loeiden nog de koeien, die voor den nacht werden thuis-geleid.

Dan was al gauw 't aansteken, 't binnenbrengen der lampen, 't begin van den feestavond, en even over halfzeven zaten ze in de voorgalerij, waar tegen kwart de gasten werden verwacht. Wiesje, erg mooi met haar rose-zijden jurk, lakschoentjes en strik-in-'t-haar stond, wat spijtig, bij 't bordes te kijken, omdat ze niet mocht den tuin in en meeloopen met de jongens, die daar de lampionnen ontstaken. Maar ze troostte zich gauw, want er was ook veel genoegen in 't zien opgloeien de een na de ander van die bollen en vaantjes kleurlicht, en veel verwachting in 't vooraf in-je-zelf raden wat de volgende nu wezen zou, rood of geel of groen of van dat zachte lila, dat ze zoo mooi vond en waarvan er maar zoo weinige waren. En ze merkte op, dat 't net was, of ze daar allemaal losjes maar zweefden in de lucht, omdat de ijzerdraden in 't donkere verloren waren. Heele lichtguirlanden werden 't nu al, snoeren van kleurige kralen, reuzenkralen, voor reuzen-kinderen, fantaseerde Wiesje, als er eens een hééle poos de rij van egale bollen niet door een langwerpig vaantje onderbroken was. En kijk dan óok, blijdde 't in haar om dit alwéér ongedachte, hoe ze de duistere priëelen lichtend omronden, dat je die duidelijk te zien krijgt. De heele tuinaanleg kwam zoo in licht-kleur naar voren; daar was 't dubbel-bezoomde bruggetje en de vijver.... de ballonnen-weerschijn sloeg op uit 't klare, stille water.

Sluiten