Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelaat gebruind door leven en werk in volle zon en de blauwe, wat zwaarmoedige oogen deden er vreemd in. Hij sprak weinig, zette zich, na de begroetingen, naast Charlotte, wier man hij kende en tot wie hij zich voelde aangetrokken. Want hij was pas met den handschoen getrouwd en Charlotte had in Holland wel ontmoet het vrouwtje, dat nu al was onderweg naar hem toe. Zij-samen, beloofde hij, zouden zeker dikwijls komen, als William teruggekeerd en ook bij hen alles op orde zou zijn.

Van der Hoogh kwam 't laatst, 'n pedante lange jongen, die groette met 'n falset-stemmetje en slappe handjes gaf. Hij deed dat met 'n heel zorgeloos-onverschillig airtje, hoewel iedereen wist, dat-ie op springen stond. Even was er nieuwsgierig gekijk geweest naar de begroeting tusschen hem en De Klerk — hun laatste conflict was maar pas, en nog hoè, bijgelegd, — maar die was, in z'n huis, gastheer alléén, bovendien altijd zichzelf volkomen meester, en de lawaaierige beleefdheid van z'n administrateur — die méér zat in vrees voor z'n ontslag, dan hij wou blijken laten — beantwoordde hij correct en koel.

Vóór ze allemaal weer zaten was er dan ineenen een lachende opschrik om 't „goeienavond ook" van den dokter. Niemand had 'm hooren komen, stilletjes was-ie binnengewielerd en er bleef even vroolijkheid om z'n droog-komieke groeten. Hij had 'n spottendknorrig gezicht met 'n stompen, gebrilden neus en 'n vuurrooden baard. De heeren wilden allemaal, dat hij naast hen of bij hen zou komen zitten, en hij liet zich met 'n koddig-hulpeloos gebaar ten slotte neer tusschen Drost en Van Lent, die in gestadige bewonde-

Sluiten