Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in tal en felheid, 't Was zes uur en duister. Vochtige, geurige koelte dreef aan uit den druipenden tuin. De bui had z'n einde. Stemmen en gelach werden hoorbaar van 't bediendenerf af en een lamplichtje blonk laag tusschen de boomen, begloorde de plassen daaronder met gouden vegen, die rillend verstoven als snel-achtereen een rijtje zware druppels kwam neertikkelen van boven. Amelie kwam weer binnen, ging zwijgend zitten.

„Mooi weer vanavond, voor een ritje," veronderstelde Nelly.

„Ja, 't wordt nog een heerlijke avond," zei Amelie, met 'n kalmte, die Nel verbaasde. „En de ergste warmte zal nu wel voorbij zijn. Ik denk, dat 'k morgenochtend maar 's naar mevrouw Van Houweningen toe ga."

Sluiten