Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grint alleen wat donkerder getint, de boomen langs de kanten dropen nog van 't klare vocht. Een heerlijke ochtend was het, koel en geurig, 't Groen der sierpalmen glansde in 't allereerste zonnelicht en 't vochtig boomenloof was doorschoten van nieuwe spruitsels overal, jong-groen, die de heele kroon opfleurden en verlevendigden.

Allemaal tegelijk kwamen ze, blij in den morgen en om 't feest in 't verschiet, den tuin inloopen. Dan ontwaakten de dommelende koetsiers en de een na den ander draafden de rijtuigen de laan uit en den nog onbetreden landweg op. „Kalipoeti" lag in tegenovergestelde richting als „Djamboe" en dadelijk buiten den tuin scheidden ze.

Wies, nu Charlotte niet meeging, had verlof gekregen, met vader Hans op de buggy te zitten, als ze zich heel bedaard zou houden.

De weg naar „Djamboe" was vol afwisseling. Op uitgestrekte brokken land-in-ontginning en bewerkte tabaksvelden volgden ruigbegroeide heuvels en woeste rivier-landschappen. Vroeger waren daar en in den heelen omtrek onafzienbare djatti-bosschen geweest — Goenong-Djatti had er z'n naam aan te danken — maar die waren geleidelijk-aan geveld voor de tabaksteelt, 't duurzaam hout aangewend voor loodsen en woningen.

Lustig en moedig draafden de paarden voort. De lucht was nog koel en de weg lag recht en effen voor ze uit. Doch tegen dat ze 't emplacement van „PoeloeBiroe" naderden, zouden ze zwaarder werk te verduren krijgen. De Klerk, die met z'n buggy achter den landauer aanreed, riep dus, om de beesten, den

'

Sluiten