Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid der laatste weken ontladend in een toomelooze huilbui. Lang nadat vader Hans en Nelly hun middagrust waren gaan nemen, had Amelie in haar kamer nog liggen na-snikken, maar Charlotte had niet künnen naar haar toegaan en troosten. En aan de thee was ze weer verschenen, bedaard, maar met gezwollen oogen 't gezicht vol vurige vlekken en met echte hoofdpijn nu. Zóó kon ze werkelijk niet voor den dag komen.

Nelly, opziend van 't krantje dat haar verveelde, waagde 'n opmerking, met een schuwen blik op haar man.

„Hè, wat komen ze laat.... Charlie, wil je de krant ?" Vader Hans ging zitten en stak, met nijdige, korte bewegingen, een sigaar op.

„Wies nog niet klaar?"

. „Wies? Ach, heb 'k 't nog niet verteld? Wies was van morgen vroeg al weg, uit spelen bij de meisjes Schaarbeek. Lony is jarig .... of is 't Loes? .... weet jij 't Charlie?. . . . Nou enfin, 't doet er ook niet toe, ze is er blijven rijsttafelen en slapen en ze komt met Kolff en Henny terug."

„Nieuws in de krant, Charlie?" informeerde De Klerk.

„Nee .... laat 's kijken, 'k geloof niets bijzonders. Morgen beginnen de races, wisten we tóch wel, hè? D'r zijn zooveel inschrijvingen, staat hier. Vin-jelui 't erg interessant?"

,,'k Ben toch benieuwd naar de toilet-beschrijvingen," verklaarde Nel, vergenoegd, blij, dat vader Hans wat bedaard scheen.

„Vooral als je weet, wie ze schrijft," smaalde hij. Charlotte glimlachte. Ze dacht aan 't vorige jaar, toen ze pas in Indië was en uit nieuwsgierigheid eens 'n keertje met William naar de races was gaan kijken.

Sluiten