Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Charlotte keek naar hem met 'n gevoel van pijnlijke bevreemding .... dat hij haar zóó aankeek .... en, wist ze nu zeker, 'n paar dagen geleden nog eens zoo aangekeken had .... Er moest iets zijn.... en ... . nee, er was niets.... ze hadden al die weken als kameraden omgegaan met elkaar .... en ze drong 't zich-zelve op, dat ze zich in de beteekenis van dien verteederden blik weer vergist had.

Ze schrok even op, als Nelly zich fluisterend boog naar haar over.

„Charlie.... toe, ga jij 's kijken, hoe Amelie is ... . Vader Hans zal zoo kwaad zijn, als ze heelemaal niet komt. Doe je best nou maar 's. Jij hebt toch nog wel eenigen invloed op ze."

Charlotte wist, wat er was van dien invloed. Maar ze stond toch op en juist, als ze de zijgalerij opkwam, hoorde ze 't rijtuig binnenrijden en door de stilte buiten 't heldere hoeraatje van Wies.

Ze vond Amelie niet op haar kamer en ze voelde niet den minsten lust naar 't koppige nonnaatje op den zoek te gaan. 't Was immers ook véél beter, als ze maar stilletjes wegbleef. Ze was even in haar eigen kamer naar de slapende baby gaan kijken, had de baboe, die lag op 'r matje vóór 't bed, 'n paar vriendelijke woorden gezegd en wilde nu maar weer teruggaan naar de voorgalerij, waar ze lachen en praten hoorde. En terwijl ze voorzichtig, om den koelen avondwind de Singapore-deur dichttrok, sloeg ze even een blik op den donkeren achtertuin. Ze zag er Amelie staan praten, met een Inlandsche vrouw, die ze niet kende. „Zeker een baboe uit de buurt," dacht ze, „dat is toch wel aardig van Amelie, dat ze niet als zooveel

Sluiten