Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat verlegen. „Nonnie had toch gehuild." Charlotte prees haar om de zorg.

„Altijd roepen hoor .... al geeft ze maar even geluid."

Dan, zich opnieuw verwijderend, zag Charlotte nog steeds in den achtertuin Amelie in gesprek met de onbekende Inlandsche vrouw, 't Bevreemdde haar nu. Wat ter wereld kon Amelie zoo lang met een vreemde baboe te bespreken hebben ....

„Païma."

„Nja?"

't Baboetje wrong zich soepel de kierende deur uit op de zij-galerij.

„Païma .... zeg eris .... wie is die vreemde vrouw da&r .... met wie nonna Amelie staat te praten ....?"

De kleine baboe had een schuwen, snellen blik naar den tuin, dan naar Charlotte op.

„Païma .... tida tau," zei haar fleemend kirstemmetje. Charlotte zag, dat ze jokte.

„Je weet 't wèl."

't Meisje zweeg, 't hoofd wat terzij gewend, de oogen neer, als had ze alle aandacht voor haar eigen blooten, bruinen voet, die met kromgetrokken teenen zachtjes heen-en-weer de mat bekrauwde.

„Nu dan," drong Charlotte aan.

„Boe Dalima zegt.... het is Amia.... de njaï van den toean vóór . . . ." Ze zei 't snel en schuw, met 'n knik naar de voorgalerij, vanwaar stemmengeluid hoorbaar was en zacht kristal-getink van glazen, die de bediende wegnam.

„Baik," zei Charlotte, kort.

't Baboetje sloop door de stroef-scharnierende deuren de kamer weer in.

Sluiten