Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die den vorigen dag bij Wies hadden gespeeld en dan de krant. Beiden tegelijk grepen ze ernaar, nieuwsgierig naar tijding over 't bal van den vorigen dag. Nelly vouwde 't krantje open en 't ritselend blad met z'n smalle kolommetjes wijd-uit houdend in de geheven handen, overgleden haar oogen in haastig zoeken 't nietige dubbel-blaadje van boven-naar-onder en weer terug. Maar ze vond in haar haast, niet gauw wat ze zocht, Amelie kwam dan achter haar staan en legde, scherp turend, onmiddellijk-haast haar vinger bij 't hoofdje „toiletten." Nelly zuchtte een „eindelijk" en Amelie ging weer zitten, om haar te laten voorlezen. Ze las langzaam, met gewichtigen rjadruk op ieder woord en op 'n schoolmeisjestoontje zoo'n beetje. En daarna kwam ze met de krant bij Amelie en samen verdiepten ze zich, met ernstige gezichten en in straf bedenken voor zich uit peinzende oogen in de vraag, wie er bedoeld kon zijn met de „elegante verschijning in 'n lichtblauw toiletje, dat met een doddig stroohoedje, een beelderig geheel vormde." Het „doddige stroohoedje" was met theerozen opgemaakt en Amelie trok bij de enkele gedachte daaraan den neus op, liet Nelly beamen, dat lichtblauw en theerozen nóóit 'n echt-chique combinatie kon geven.

„Was dat japonnetje er dan niet eergisteren, toen jij bent geweest met vader Hans?"

„Dan had ze 't toen al wel beschreven."

„Dat 's waar."

„Och, maar zeg, je kan heelemaal niet op 't mensch aan. Die lila-zijë van Henny Donker, daar is nou zooveel over gepraat, daar heeft die mevrouw Van Hoven in de krant zoo een ophef van gemaakt....

Sluiten