Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik kan niet anders zeggen .... 'n nèt japonnetje was 't, maar meer ook niet, meer waarachtig niet. En 'n dood-eenvoudig wit hoedje, met 'n veer."

,,'n Echte?"

„Nou ja, van mevrouw De Waal misschien gekregen."

„Maar Henny ziét er toch altijd snoezig uit."

„Ja, en Loes de Graaff, die zag er zeker niet snoezig uit! Geen woord over haar japon, en toch 'n dot van 'n gele zijë, met zwarte kant. Maar Loes is maar de dochter van een postdirecteur, en daarom . . . ."

Nelly tuurde weer in de krant.

„Die wit mousselinen met gele onderjapon en gele strikken en 'n Greenaway-hoed met margrieten.... wie kan dat geweest zijn?"

„Natuurlijk mevrouw Rowley.... de eenige, die zich zoo aanstelt als 'n kostschoolkind met 'r Greenawayhoeden eeuwig en altijd. En 't staat 'r heelemaal niet. Dat magere, bleeke gezicht eronder uit."

>.En — je zei... . mevrouw Rowley.... die stond er ook eergisteren in, met 'n zee-groene en nèt zoo een hoed?"

„Dat stond ze ook. Ze heeft er alle drie keeren ingestaan .... de eerste keer wit-met-lila, weet-je niet?"

Nelly schudde in peinzend ontkennen langzaam 't hoofd.

,,'t Is heel eenvoudig," bitste Amelie, „ze gaan er geregeld logeeren, de Van Hovens, op, „Tambanan." .... noü, dan is de eene dienst den anderen waard."

„Hier nog iets over een rose tule...."

Maar Wies kwam binnen, in haar witte hansop, traag en lusteloos. Ze oog-knipperde tegen 't felle zonlicht en verbaasde zich, dat 't al zoo laat scheen

Sluiten