Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nenvallen, met 'n handgebaar, dat meteen beteekenen moest „eet maar eerst af' en bewuifde zich met den veeren waaier, die ze gewoon was van den vroegen morgen af bij zich te dragen. Dan knikte ze tegen Wies, die met haar ei-bemorst servetje onder de kin en de zedige baboe achter haar stoel, in de hoogste verbazing toekeek en zei, nu in woorden:

„Eet jelui maar eerst af."

„Maar we zijn klaar.... nietwaar Amelie, nietwaar Charlotte?" haastte Nel. Een heelen homp biefstukpropte ze naar binnen, doopte, benauwd kauwend, ce vingers in 't water van de glazen kom naast haar bord en stond op, gretig naar 't nieuws, dat stellig wel héél belangrijk zou wezen. Ook Amelie was benieuwd, en Charlotte haastte zich, om Nel genoegen te doen, met haar boterham en kopje thee.

„Kom Wies, zit niet zoo onmogelijk te peuteren .... eet je ei en je boterham en ga met Dalima mee. Of kun je heel flink zijn, en niet kribben met Dalima, al gaan wij vast naar voren?"

„Mag ik dan 'n klein scheutje koffie door m'n melk?"

't Kind wees op haar nog volle glas.

,,'n Héél klein beetje dan," stemde Nel toe, niet zonder wroeging. Koffie was Wies verboden.

Ze stonden alle vier op, gingen de voorgalerij binnen en zitten bij de piano.

„Jelui weet dus niets .... heelemaal niets?" kwam de residentsvrouw, met iets van triomf in haar stem.

„Maar wat zouden we weten?"

„Nee, nee, 'k dacht 't wel," glimlachte ze... . „enfin, wie zou 't jelui verteld hebben . . . Dan werd

Sluiten