Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't bezweete voorhoofd af, en bewuifde zich met den zwarten waaier.

Dan stond ze op.

„Nu ga ik heusch. 't Zal buiten toch wel al om te stikken zijn."

„Ja.... als 't maar wat minder warm was .... dan ging ik zóó met u mee .... even naar mevrouw Van Houweningen kijken, kassian.... Daar zou 'k dan meteen wel 'n hapje rijst kunnen eten óók — haar kokkie maakt verrukkelijke sambals — maar u weet 't.... ik kan niet te v die vreeselijke hitte. Den laatsten keer — is 'c ra et waar, Amelie? — dat 'k 's morgens naar de stad ben gereden .... heb ik er nog dagen hoofdpijn van gehad. Sinds ben ik alleen 's avonds of laat in den middag gegaan. Kan Henny ook zoo slecht tegen de hitte, dat we haar nooit eens zien, zoo 's morgens ?"

„Henny? die heeft 't ontzettend druk. En alle dagen een brief aan hèm," zei ze glimlachend.

„Vervelende engagementstijd eigenlijk," vond Nelly, „al duurt 't maar kort. Hij zal wel niet veel meer weg kunnen, zoo met alle drukte ineenen .... de verhuizing.... de overdracht.... en gauw de oogst er nog bij. Naast de deur is 't óók niet."

„Hij komt heelemaal niet. Vóór de bruidsdagen, dat is nog een week of wat, zien ze mekaar heelemaal niet meer . . . ."

Pratend waren ze opgeloopen naar 't bordes. Nelly trok de kree op — haar bolle gezicht kleurde zich onder de inspanning — en onder 't piepend geknars door fluisterde de residentsvrouw, met een zijwaartschen blik en wenk naar Amelie, die bij de piano was blijven zitten.

Sluiten