Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er overdag niet rijden, dan is 't er gloeiwarm. Ook 't gezicht op de kampong is heel mooi. Doen dan maar?"

Charlotte knikte.

„Laat mij dan even, tot den weg . ..

Buiten nam Charlotte de teugels over, met De Klerks gewone vermaning van niet te veel te draven, in 't begin.

Klaar en sterk straalde de maan, dat de sterren schenen weg te bleeken in de lichte, rond de blanke schijf als met zilverstof overpoeierde lucht. Krijtwit lag de grindweg tusschen de duistere opgroeiïng van bamboe aan weerszij. En Charlotte's mat-blanke gezicht was klaarbelicht onder 't in den stillen schijn zacht-glanzende bruine haar. Ernstig en opmerkzaam bestuurde ze 't kalme paard, dat over z'n wèl-onderhouden gladde haren ook glimplekken had. Luid en eenzaam in de stilte klonk de regelmatige hoefslag van 't dravende dier.

Ze reden tot even vóór 't bruggetje, waar de kleine Chineesche tempel verdoken stond in 't duistere groen, sloegen dan linksaf en kwamen op een smalleren grindweg te rijden, tusschen uren-wijde tabaksvelden door aangelegd. Blank en effen lag die weg voor ze uit. Een enkele voetganger naderde ze tegemoet uit de verte, een Chinees met een stok in de hand, die z'n gerekte zwarte schaduw voor zich uit wierp. Stil en eerbiedig, hoed in de hand, ging hij aan den wegkant staan, hief even groetend de oogen op naar de buggy, als die voorbijreed,

„Het is bijzonder lichte maan, vanavond" zei Charlotte „ik geloof, dat je de bergen kunt onderscheiden, diar in de verte."

De Klerk keek de richting uit, die ze met 'n hoofdknik aanwees.

„Ja, hèèl flauwtjes. Je hebt puike oogen!"

Sluiten