Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ben van kleinen jongen af zoo een sentimenteele bliksem geweest.... ja, dat zou je niet zeggen, hè, als je me zóó ziet.... en toen zijn daar de Indische jaren overheen gekomen — wil-je wel gelooven, dat je dan glad vergeet, wat je als kleine jongen geweest bent? — en waarachtig.... ik zie 't... . nou ben ik nóg 'n sentimenteele bliksem. En dat is de heele kwestie dan ook. Een zeereis en wat afwisseling zullen er goed aan doen."

Charlotte zweeg.

„En toch ben ik blij, dat we nog eens even hebben kunnen praten, voor je wegging .... Ik ben blij, dat je... . vanmiddag.... niet weigerde.... met me te gaan. Waarom zou je dat gedaan hebben, Charlie, waarom wilde je dat?"

Charlotte bloosde en verwarde zich in een ontwijkend antwoord.

„Je begrijpt toch wel, dat ik... . Ja, je weet, je voelt wel, dat ik me erg tot je aangetrokken voel," hij sprak stug en hortend, de oogen voor zich uit, als iemand die moeilijk en ongaarne spreekt over wat hem innerlijk beweegt, „maar ik heb in de eerste plaats m'n plichtgevoel.... en m'n liefde voor Nelly Je gelooft toch wèl, dat ik van haar houd?"

„Maar natuurlijk."

„Alleen, soms .... en ik geloof trouwens, dat iedereen 't wel eens heeft.... zou 't niet?.... dan heb ik zoo'n idee, of ik .... of m'n leven een anderen kant.... zeg ik 't goed ?. . . . een andere richting uit had kunnen gaan. En dat denk ik vooral en aanhoudend, sinds jij op „Goenong-Djatti" bent gekomen."

„Maar welke richting dan? Ik dacht toch, dat die je heelemaal bevredigde."

Sluiten