Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en snel de glazen, plaatste de half-leege fleschjes ernaast, nam z'n blad weer op en ging. De klok sloeg. Halfeen was 't.

,,'t Is zoo etenstijd," merkte De Klerk op.

Fel doorzengde de zon van buitenaf de gesloten krees en in de schijn-koele schemering daarbinnen hing de hitte, loom en benauwend.

„Wanneer is 't nu eigenlijk gebeurd?" informeerde William. Nelly snikte nog na, met kleine rilschokjes telkens door haar heele lichaam. Charlotte's oogen strakten recht voor zich henen in haar doodsbleeke gezicht.

„Wat zie jij bleek," vond William.

„Ze schrikt er óók van," zei vader Hans, „het maakt dadelijk zoo een verschil, met die dingen vooral, als je iemand gekend hebt, al is 't dan maar oppervlakkig .... Wanneer we iets gehoord hebben, vroeg je? Ja, vanmorgen wisten wij ook nog niets, 't Is hier betrekkelijk afgelegen .... Maar jij, Charlie.... waar heb je ontbeten?"

„Bij mevrouw Van Houweningen. Maar het was nog vroeg, en je weet, ze komt nergens. Toen ben ik óók nog bij Gerbers aangeweest.... even maar .... ik heb er trouwens alleen 'n bediende gesproken, dus of ze daar toen al. .. ."

„Nu, maar wij hooren 't net, van den dokter. Die kreeg vanmorgen in de vroegte een boodschap van dokter Reuter — ze consulteeren wel meer samen, g'loof ik — of-ie even aankwam bij den resident. Voor 'n ernstig geval. De Jongh erheen natuurlijk. Je snapt, voor 'n beuzelarijtje derangeeren ze geen dokter, die eigenlijk hier hoort. Maar toen-ie kwam, was ze

Sluiten