Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

brosse kort uiteenschilferde, zei hij, overschillig:

„Misschien heeft ze dan nu berouw?"

„Berouw .... en waarvan .... waarvan berouw?" vroeg Charlotte, snel en met 'n zekere spanning haar man aankijkend.

„Waarvan?" herhaalde die rustig. „Wèl. . . .je schreef me toch, dat ze zoo bits over juffrouw Donker praten kon .... daarvan heeft ze dan nu zeker berouw . . . ."

„Jawel," bromde vader Hans, „eer ik't geloof. Aanstellerij .... anders niet."

„Nee, maar vader Hans, misschien heeft Wil toch gelijk. Is 't niet Charlie? Als ik onaardig over iemand had gesproken, zou ik ook berouw hebben, als die ineens .... Anders hou je ze toch voor erg valsch."

„Ik hou ze nog wel voor veel valscher."

„En waarom hou je ze voor valsch?" vroeg Charlotte.

„Waarom .... waarom .... Ik weet 't niet, daar. Een idee misschien."

„Eet jij niet een stukje vleesch, Charlie? Het is héél goed zoo, met die saus."

„Ze eet niets .... ik heb haar nog niets op 'r bord zien nemen," verweet William zacht.

„Dat is dom, hoor," vond Nelly, „ik doe toch óók m'n best. Denk je, dat 't mij smaakt zooals anders?"

Charlotte knikte en glimlachte. Ze had in 't geheel niet den indruk gekregen, dat Nelly zich geweld aandeed. Maar om haar en William genoegen te doen, nam ze een stukje vleesch.

„Wat ik niet goed begrijp," begon William nog eens, „dat is ... . waarom ze haar eigenlijk vergiftigd zouden hebben."

„Ach, natuurlijk om niets . . .meende Nelly arge-

Sluiten