Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou krijgen — ze had niet anders gekund. Het zou haar onmogelijk zijn geweest, zich aan tafel te vertoonen: geen van hen allen kon ze zien zonder haat. Vage haat tegen Nelly, afgunst-haat tegen dat gelukkige groote kind, die makkelijk góed kon wezen, die makkelijk schreien kon om 't verdriet en de rampen van anderen.... een aangename afwisseling, als je zelf

leefde van geluk omringd, rijk en geëerd en getrouwd

sterkere haat, wraak-haat tegen De Klerk, dien ze voelde, dat ha&r minachtte en doorzag, wiens liefde voor Charlotte — maar verlaagd en verwrongen — ze met haar op deze dingen gespitste listigheid allang had aangevoeld, en die toch geen vat tot laster op zich gaf... . haat tegen Charlotte, die de betere was, de sterkere en die wat van haar wist nu... . haat tegen Van der Hoeff, dien ze niet kende, alleen omdat Charlotte, die brave, pedante, hem vergoodde.... En Charlotte vreesde ze daarbij, niet zou ze haar hebben durven aanzien, die haar eenmaal had betrapt met Amia, Kolft's verstooten huishoudster, en zich dat ongetwijfeld wèl herinnerde.

O, dien avond, dat toen teleurstelling, verbitterde wrok haar alle voorzichtigheid hadden doen vergeten, dat ze inlichtingen had gegeven aan de huishoudster .... wat had ze dien daarna vaak betreurd.

Ja, ze kon wel zichzelf wijsmaken dat je, met een vrouw, die je toevallig ontmoette op 't erf, en wie je vroeg.... vanwaar-en-waarheen, wel een praatje

mocht maken maar ze wist beter. Ze had wèl

onmiddellijk begrepen, waar 't Amia om te doen was geweest, — te goed kende ze Inlandsche vrouwen, te intiem voelde ze zich nóg aan haar verwant om zich

Sluiten